Categorie archieven: Diversen

De geschiedenis van het basisinkomen

Het idee van een onvoorwaardelijk basisinkomen heeft drie historische wortels: ideeën voor een minimuminkomen verschenen voor de eerste maal aan het begin van de 16e eeuw; aan het einde van de 18e eeuw kwamen ideeën op over een onvoorwaardelijke, eenmalige schenking; de combinatie van beide concepten leidde rond het midden van de 19e eeuw voor […]

The post De geschiedenis van het basisinkomen appeared first on Nederlandstalig Netwerk Basisinkomen.

“Call for papers” voor conferentie over Basisinkomen in Maribor, Slovenië

Het nieuwe Europese netwerk voor een onvoorwaardelijk basisinkomen (UBIE – Unconditional Basic Income Europe) organiseert een reeks conferenties. De eerste oproep voor deelname begonnen. Bijdragen voor de eerste conferentie op 119 en 20 maart 2015 in Maribor, Slovenië met de titel “Onvoorwaardelijk Basisinkomen als een reactie op de sociale ongelijkheid in Europa” zijn van harte […]

The post “Call for papers” voor conferentie over Basisinkomen in Maribor, Slovenië appeared first on Nederlandstalig Netwerk Basisinkomen.

Commissie van aanbeveling onderzoek Basisinkomen ingesteld

Sinds begin dit jaar zijn “we” bezig met het vormen van een commissie van aanbeveling, respectievelijk adviesraad met behulp waarvan wij hopen meer kans te maken op politiek draagvlak voor het doen van experimenten met een Onvoorwaardelijk Basisinkomen. Dit streven heeft vrijdag 21 november 2014 een enorme stimulans gekregen. Tijdens het toekomstfestival Let’s Gro in Groningen vond op […]

The post Commissie van aanbeveling onderzoek Basisinkomen ingesteld appeared first on Nederlandstalig Netwerk Basisinkomen.

De ECB zou geld moeten uitdelen: € 5000 voor iedereen!

ecb

ecbDat klinkt fantastisch: Twee gerenommeerde economen[1] bepleiten dat de ECB geld moet geven aan de burgerij of schulden moet kwijtschelden. Ze hopen dat de economie daardoor wordt versterkt.

Dat zou een leuke verrassing zijn: Stel je voor dat je op het volgende bankafschrift een bijschrijving van de Europese Centrale Bank zou vinden ten bedrage van € 5.000. Ieder huishouden in de eurozone zou deze meevaller ontvangen of schulden worden kwijtgescholden ter grootte van dat bedrag. Wat klinkt als een onwerkelijke droom, is economisch lang niet zo’n slecht idee.
Met deze geschenkactie zou de centrale bank twee vliegen in één klap slaan: De economische recessie in Europa en de afgenomen koopkracht van de consumenten. In plaats van het geld uit te geven, zetten de mensen het op een spaarrekening. Aankopen stellen zij liever uit. Maar deze afwachtende houding schaadt het Europese bedrijfsleven. Een auto kopen? Liever nog niet. Eindelijk een nieuwe wasmachine aanschaffen? Liever even wachten. Met de schenking van de ECB zouden dergelijke aankopen wel zijn gedaan. Dat zou de economie stimuleren, aldus de “Koerier”.

De fouten van de ECB
En het voorstel heeft nog een tweede effect: De deflatie zou worden afgeremd. Want als er weer meer aankopen worden gedaan stijgen ook de prijzen. Ook dat steunt de economie.
Het is een idee van de Amerikaanse professor in de economie Mark Blyth van de Brown University en de beroemde management consultant Daniel Stelter, die eerder werkzaam was bij de Boston Consulting Group. Blyth is van mening dat de ECB 2 tot 5% van het bbp (bruto binnenlands product) onder de burgers zou moeten verdelen, oftewel € 3600 per persoon. “Ja, of 5000 €, dat maakt niet uit. Het zou altijd nog efficiënter zijn dan wat de ECB nu doet,” zegt Blyth in de Koerier. “Dat is namelijk de vreemdste manier om de problemen op te lossen.”
Beiden bekritiseren fel het monetaire beleid dat de ECB voert: Geld besteden om goedkope leningen aan te bieden levert niets op. Buitendien zouden ondernemingen tegenwoordig grote investeringen moeten mijden. En anderzijds zouden mensen momenteel, door het gevaar hun baan te verliezen, geen krediet moeten nemen omdat dat een blok aan het been kan worden.

Niet te vroeg lachen
Voor de ECB is een dergelijke stap nu echter nauwelijks denkbaar. Het economisch effect van rechtstreeks geld onder de burgerij verdelen zou ook snel in rook kunnen opgaan. Tot nog toe belandt het geld vrijwel rentevrij bij de banken, die het vervolgens als krediet moeten doorgeven. Maar het goedkope geld helpt niet omdat het niet bij de ondernemingen aankomt. In plaats van meer kredieten te verstrekken potten de banken het geld op.

  • Auteur Katharina Grimm
    http://www.stern.de/wirtschaft/geld/oekonomen-fordern-5000-euro-fuer-alle-2153608.html
  • Vrije vertaling: Joop Böhm
  • Commentaar:
    Dezelfde effecten kunnen ook bereikt worden met een Onvoorwaardelijk Basisinkomen. Dan echter is het effect duurzaam. Bovendien heeft invoering van een OBi nog een groot aantal voordelen die bij een eenmalige schenking ontbreken. Het wordt hoog tijd dat de verantwoordelijke overheden de juiste beslissingen gaan nemen.

[1]

Het bericht De ECB zou geld moeten uitdelen: € 5000 voor iedereen! verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Drie misverstanden opgehelderd over basisinkomen

ubi-not-left-not-right-forward

ubi-not-left-not-right-forwardDe discussie over het basisinkomen woedt volop in Nederland. Van links tot rechts schuiven de vooroordelen over tafel.

Het basisinkomen is een maandelijks onvoorwaardelijk geldbedrag dat aan iedereen individueel wordt uitgekeerd, en is ten minste hoog genoeg om sober in je levensonderhoud te kunnen voorzien.

Helaas leiden discussies over het basisinkomen vaak tot verwarring als gevolg van een aantal misverstanden. Sjir Hoeijmakers, lid van verenigng Basisinkomenen indiener van de D66 motie over onderzoek naar basisinkomen[1], zal een poging doen drie van die misverstanden op te helderen.

  1. Ten eerste bestaat in sommige rechtse kringen het misverstand dat het basisinkomen een exclusief links idee is. Het basisinkomen heeft zeker supporters aan de linkerzijde van het politieke spectrum, maar heeft ook bij liberalen veel steun. Niet voor niets was het juist het D66-congres dat haar steun voor onderzoek naar het basisinkomen uitsprak. En oud-ministers Gerrit Zalm (Financiën, VVD) en Hans Wijers (Economische Zaken, D66) waren al fervente voorstanders.

Een basisinkomen verkleint de rol van de overheid, en versimpelt de sociale zekerheid. Burgers zijn volledig vrij om te bepalen wat zij met het ontvangen inkomen willen doen, en er hoeft geen controle meer plaats te vinden. Daarnaast zorgt een basisinkomen op zichzelf niet voor een grote netto herverdeling, zoals sommigen beweren. De meeste mensen betalen hun eigen basisinkomen via de belastingen direct weer terug. Bovendien is het basisinkomen een idee dat vertrouwt op de eigen kracht en motivatie van mensen. Het past dus bij uitstek ook binnen het liberale ideaal.

Linkse kringen

Het basisinkomen kost ons als samenleving als geheel niets

  1. Een tweede misverstand gaat precies de andere kant op, en komt vaker ter sprake in linkse kringen. Daar ziet men het basisinkomen soms als een rechts idee om de gehele sociale zekerheid terug te brengen tot één mager uitkerinkje. Er staat echter nergens geschreven dat een basisinkomen álle sociale voorzieningen zou moeten vervangen.

Natuurlijk, de bijstandsuitkering en AOW kunnen worden afgeschaft. Dat zal het systeem aanzienlijk versimpelen. Maar er is geen reden om bijvoorbeeld de WW in zijn geheel af te schaffen. Deze heeft een bijkomende functie: de zorg dat mensen niet al te ver terugvallen in inkomen wanneer ze hun baan verliezen. Het idee van een basisinkomen bepaalt daarom niet wat we met een regeling als de WW moeten doen.

  1. Het derde misverstand betreft de financiering van een basisinkomen. Het zou te duur zijn om iedereen van een fatsoenlijk basisinkomen te voorzien. Hier gaat men voorbij aan een belangrijk stuk economische theorie. Het basisinkomen is een zogenaamde ‘overdrachtsuitgave’ van de overheid. Dat betekent dat de maatregel ons als samenleving als geheel in directe zin niets kost. Het basisinkomen zorgt voor een herverdeling van geld over de samenleving, maar de samenleving in zijn geheel gaat er netto niet op achteruit. Dit betekent niet dat er geen transacties hoeven plaats te vinden om een basisinkomen te financieren. Er zullen natuurlijk extra belastingen geïnd moeten worden. Maar deze belastingen komen direct weer terug bij de belastingbetalers, in de vorm van een basisinkomen. En dus blijven we met zijn allen precies even rijk, indirecte positieve en negatieve effecten op de economie buiten beschouwing gelaten.

Wanneer we het basisinkomen willen invoeren, is het de kunst ons belasting- en sociale zekerheidssysteem zo te ontwerpen dat de financiële balans klopt. Dit is altijd mogelijk, omdat het basisinkomen een overdrachtsuitgave is.

Concluderend is het basisinkomen een idee dat zowel links als rechts op steun kan rekenen. Het basisinkomen kost ons als samenleving als geheel niets. Of zo’n basisinkomen wenselijk is, zal afhangen van de indirecte effecten die het teweegbrengt, de positieve en de negatieve. Er zullen experimenten nodig zijn om daarover enig uitsluitsel te kunnen geven.

[1] Sjir Hoeijmakers is econometrist en initiatiefnemer motie ‘Onderzoek naar de effecten van een basisinkomen’ bij D66
Dit stuk heeft hij ingezonden als opiniestuk in de volkskrant van 18 november 2014

Het bericht Drie misverstanden opgehelderd over basisinkomen verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Professoren volstrekt naast de pot over Basisinkomen

brabants dagblad

brabants dagbladHet lijkt erop dat Het Brabants Dagblad een hetze is begonnen tegen het basisinkomen door allerhande ongeïnformeerde professoren iets te laten blaten in de krant, de veel gekende vooroordelen druipen er vanaf.

VOLSTREKT NAAST DE POT
Onder de titel “volstrekt utopisch” las ik gisteren een artikel in Het Brabants Dagblad  krant van de hand van Prof.dr.Sylvester Eijffinger, hoogleraar financiële economie op Tilburg University. “we in de economie” aldus de hooggeleerde noemen een basisinkomen geen basisinkomen maar negatieve inkomstenbelasting. Nou “we propagandisten van een basisinkomen” spreken van een basisinkomen of beter nog van een Onvoorwaardelijk Basisinkomen (OBi) en wij verstaan daar onder “een van overheidswege verstrekte periodieke betaling van een geldbedrag, deze betaling is individueel, wordt aan iedere volwassen inwoner verstrekt en is voldoende om karig van te leven”.
Dat een hooggeleerde in de economie zich verwaardigt om op aangehaalde manier te reageren, is tekenend voor de wijze waarop deze mensen, gevangen zijn in hun eigen denkraam; zij vinden het niet eens nodig om serieus kennis te nemen van een andere kijk op de dingen, maar hun oordeel hebben ze met volstrekte stelligheid al klaar.

‘Volstrekt utopisch’
EijffingertweetWat de initiatiefnemers willen noemen we in de economie geen basisinkomen, maar negatieve inkomstenbelasting. Dat betekent dat als je gaat werken, je niet wordt gekort op je basisinkomen zoals dat nu bij een uitkering wel is. Het loont dus voor iedere belastingplichtige beneden het minimum om te gaan werken, want elke stijging van iemands bruto inkomen leidt ook tot een stijging van het netto inkomen. Dat klinkt mooi, maar is volstrekt utopisch. Ten eerste is het financieel op dit moment niet realiseerbaar. Het is gewoon heel duur en valt moeilijk te becijferen. Goede berekeningen heb ik nog niet gezien.
Prof. dr. Sylvester Eijffinger is hoogleraar financiële economie op Tilburg University.
twitter: @scweijffinger
https://blendle.nl/i/brabants-dagblad—den-bosch/volstrekt-utopisch/bnl-bddenbosch-20141115-26899154

 

‘Welk probleem lost het op?’
ruudmuffelsMensen komen pas in de problemen bij een korting op de uitkering of hoge lasten, onder meer bij ziekte of hoge schulden. Er zijn weinig mensen die het met veel minder geld moeten doen. Het plan van een basisinkomen gaat juist tegen de trend in dat we werk steeds belangrijker zijn gaan vinden. De economie gaat ervan uit dat mensen vanuit eigen belang handelen en daarom geprikkeld moeten worden. Een andere vraag is de verdeling: krijgen twee mensen die samenwonen twee keer zoveel als een alleenstaande? Is dat eerlijk?

Prof. dr. Ruud Muffels is hoogleraar Arbeidsmarkt en Sociale Zekerheid op Tilburg University.
twitter: @RJAMU
https://blendle.nl/i/brabants-dagblad—den-bosch/welk-probleem-lost-het-op/bnl-bddenbosch-20141115-26899209

 

 

Nu allerwegen blijkt dat de huidige economische ordening, heeft afgedaan en de oude mechanismen niet meer werken zou toch met name van mensen, die ervoor doorgeleerd hebben, verwacht mogen worden dat zij wel open zouden staan voor andere visies. Dat is echter allerminst het geval, mensen als Eijffinger reageren tenminste nog, voor de meeste anderen is het sowieso te min.
Hoe zit dat met de economie?
We “stikken” zowat in de spullen, maar “we in de economie” willen meer (groei…!). Het klimaat en het milieu dreigen voor onszelf en voor onze kinderen catastrofaal te worden, door uitputting van grondstoffen en opwarming van de aarde door CO2 etc. maar ‘we in de economie” pleiten voor meer….(business as usual). Meer productie is overigens geen probleem want er is overal overcapaciteit, maar volgens “we in de economie” geven de mensen te weinig uit, er is een bestedingstekort…Ons werk verdwijnt naar China en wordt overgenomen door robots maar “we in de economie” blijven “chatten” over werkgelegenheid……terwijl overal mensen in de zorg etc. worden ontslagen. Banken moeten gered worden waardoor overheidstekorten ontstaan en “we in de economie” vinden dat die “door ons allen” moeten worden opgevangen.
Als je dit allemaal op een rijtje zet en daarbij voegt dat Europa-breed de zogenaamde crisisverschijnselen alleen maar groter zijn, terwijl wij als samenleving rijker zijn dan ooit, wordt het toch wel tijd dat “we in de economie” eens wat vraagtekens gaan plaatsen bij de huidige structuren van geven en nemen.
Scheiden van werk en inkomen, zoals dat met een OBi wordt vormgegeven, is daarvan een hoeksteen, als we bovenstaande feiten eens op een rijtje zetten (werkeloosheid, overcapaciteit, onderbesteding). “Het is gewoon heel duur” aldus de professor. Is dat waar ?
We hebben nu toch ook allemaal genoeg om karig van te leven……maar we gebruiken daarvoor een systeem van ambtenaren dat ±25 categorieën van uitkeringen moeten toebedelen, nog afgezien van controle en handhaving.
Is zo’n kerstboom zinvol ?
Zou het misschien zinvoller zijn om de arbeidsmarkt echt te laten werken, door het voor een werknemer mogelijk te maken om weg te kunnen gaan bij zijn baas zonder in een hopeloze bureaucratische wirwar van uitkeringen te belanden? Een basisinkomen kan daarbij helpen.
En betekent nauwelijks meer dan het verleggen van belastingen van de lonen (die zonder de lasten ook al te hoog zijn) naar de producten in wier prijzen ze nu uiteindelijk ook terechtkomen.
En zou het niet zinvol zijn om dit Europees aan te pakken, dus Bulgaren, Polen en Spanjaarden allemaal hun eigen OBi ? Dan ben je van de migratieproblemen van Eijffinger ook af en bovendien van de “oneerlijke” concurrentie waarover werknemers in Nederland nu klagen.
Verder zouden de loonkosten dan drastisch kunnen dalen nu er geen lasten meer op de lonen geheven worden en er bovendien aan iedereen een basisinkomen wordt verstrekt. Voor Nederland tot ± 30% van de huidige loonkosten terwijl de “productprijzen” ± 25% zouden stijgen; of een pilsje dan duurder of goedkoper wordt valt nog te bezien. Maar wel zou onderwijs, zorg en kunst goedkoper worden met alle gevolgen van dien en….onvrijwillige werkeloosheid bestaat niet meer.
Misschien toch iets om te overwegen voor “we in de economie”.

Leon Segers, econoom

Het bericht Professoren volstrekt naast de pot over Basisinkomen verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

De Vereniging Basisinkomen en politiek

de-euro

de-euroHet gist en borrelt rond het basisinkomen. Zodanig dat ik de laatste tijd er niet toegekomen ben om The Daily Basic Income Paper[1], De Correspondent[2] en Blendle[3] bij te houden. De roep om een experiment met een vorm van basisinkomen vliegt je van alle kanten om de oren. De politiek mengt er zich intussen ook in.

De politiek en basisinkomen
Het begon met een uitnodiging door Harro Boven, destijds voorzitter van het Groninger Politiek Jongeren Kontakt en lid van de Jonge Democraten. Hij vroeg ons mee te doen aan een inhoudelijke avond over “Het basisinkomen: waanzin of utopie?” in mei dit jaarOok Liesbeth van Tongeren (GL) was een van de sprekers. Kort daarna kwamen andere avondbijeenkomsten o.a. op initiatief van Sjir Hoeijmakers (jonge democraat en lid van onze vereniging) in Den Haag, Tilburg, Eindhoven en binnenkort in Enschede.

In mijn vorige ‘brief’ – of hoe je het ook wilt noemen – kwam de discussie die binnen de SP op gang is gekomen naar voren. Kort daarop werd – weer op instigatie van Sjir Hoeijmakers – binnen D66 de motie aangenomen om onderzoek naar het “basisloon” nieuw leven in te blazen. De Groningse wethouder Mattias Gijsbertsen van GroenLinks wil in zijn stad op korte termijn een experiment lanceren met elementen van het “basisloon”. Kort daarna kwam in het nieuws dat in Tilburg door verschillende partijen ‘om het hardst’ geroepen wordt dat zij voor een experiment met een basisinkomen zijn. In dit koor mengen zich nu ook de provinciale staten van Noord Brabant en die van Groningen. In hoeverre het in dit koor slechts gaat om verkiezingsretoriek moet nog blijken. Ook wat er nu precies door hen onder een basisloon of basisinkomen wordt verstaan.

De term “basisinkomen”
Waarom is er behoefte om de term “basisloon” te gebruiken in plaats van de term “basisinkomen”? Omdat de term “basisinkomen” veel politici een stoffig gevoel geeft? Omdat het iets zou zijn uit de oude doos? In dat geval hebben zij toch de discussie en ontwikkeling daarin, die zich hier landelijk en zeker niet minder internationaal heeft afgespeeld, gemist. Toch is er reden om je af te vragen of “basisinkomen“ wel de beste term is om het idee dat erachter zit bij iedereen geliefd te maken. Enerzijds roepen de termen “loon” en “inkomen” toch gevoelens op van “loon naar werken”, terwijl juist één van de gehoopte effecten de ontkoppeling van werk en inkomen is. Er bestaan namelijk zoals iedereen weet meer soorten werk dan het werken in loondienst. Anderzijds is het moeilijk een goede benaming te vinden die voor iedereen begrijpelijk is en geen herinnering oproept aan betaalde arbeid of het krijgen van een uitkering zoals deze nu gegeven worden in de vorm van een aalmoes als je aan bepaalde voorwaarden voldoet. Tegelijkertijd is het aantrekkelijker een naam te vinden waarin het recht op het hebben van middelen van bestaan – alleen al door het feit dát je bestaat en als mens deel uitmaakt van de samenleving – tot uiting komt.

De Vereniging Basisinkomen en de politiek
Overigens ben ik van mening dat wij – de Vereniging Basisinkomen – nooit de indruk moeten wekken met welke politieke partij dan vereenzelvigd te kunnen worden. Op welke politieke partij de léden stemmen is hun zaak, maar nooit die van de vereniging. We kunnen ons dan beter ook niet mengen in een politieke strijd. Dit neemt niet weg dat iedereen die voor welke bijeenkomst dan ook wordt uitgenodigd, daar waar mogelijk “ons” idee van een basisinkomen uit kan dragen en verdedigen, namelijk: onvoorwaardelijk, universeel, individueel en hoog genoeg om – sober – volwaardig aan de samenleving deel te kunnen nemen. Graag zelfs

Wat hoog genoeg is moet bepaald worden aan de hand van objectieve criteria, zoals bijvoorbeeld de Europese standaard voor wat betreft de armoedegrens, die nagenoeg exact overeenkomt met de resultaten van het onderzoek van het NIBUD en het SCP in 2009.

In Nederland worden door het CBS verschillende criteria gehanteerd die beiden tot een bedrag onder de Europese standaard leiden. Hierom is een oproep nu eindelijk eens tot één standaard te komen op zijn plaats.

Sinds de Verlichting wordt het Onvoorwaardelijk Basisinkomen steeds meer naar voren geschoven als dé methode om armoede te bestrijden en het werk eerlijker te verdelen. Dit in aanmerking nemend én het feit dat er in de Resolutie van het Europees Parlement van 20 oktober 2010 over de rol van het minimuminkomen bij de bestrijding van armoede en de bevordering van een inclusieve samenleving in Europa (2010/2039(INI)) op wordt aangedrongen te onderzoeken hoe de verschillende modellen voor een Onvoorwaardelijk Basisinkomen voor iedereen hieraan bij kunnen dragen (rekening houdend met het niet-stigmatiserende karakter ervan en de mogelijkheden die zij bieden om gevallen van verborgen armoede te voorkomen), pleit veel ervoor om met politici die sociale zaken en werkgelegenheid in hun portefeuille hebben aan tafel te gaan zitten. Niet om aan te horen waarom het onmogelijk is een Onvoorwaardelijk Basisinkomen in te voeren, maar juist om  met elkaar te zoeken naar mogelijkheden om dat te realiseren, zodat we ook de goede rekensom op tafel kunnen leggen.

Met hartelijke groet,

Adriaan Planken.

 

Het bericht De Vereniging Basisinkomen en politiek verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Met ander geldsysteem komt er een einde aan renteslavernij en macht van banken

Dankzij een eenvoudige overheveling van ons geld naar de centrale bank kunnen wij als burger in een klap de zeggenschap over ons eigen geld en de macht over de economie weer terugkrijgen. De staatsschuld en de enorme rentelast hierover is dan ook voorbij. En wij zijn de aandeelhouders van ons eigen land, terwijl de banken hun macht moeten inleveren.

Pleitbezorgers van dit plan werken samen binnen de International Money Reform [1] beweging. Deze beweging wordt in ons land vertegenwoordigd door de stichting Ons Geld [2].

Het geldsysteem als nutsvoorziening

Internationaal groeit kritiek op dit private geldsysteem. Dit uit zich in de roep om monetaire hervorming. Monetaire hervormers zien de geldomloop als nutsvoorziening. Ze willen dat deze transparant en verantwoord wordt beheerd en dienstbaar wordt aan het algemeen welzijn. De geldomloop hoort niet in handen van politici die uit zijn op stemmenwinst. Net zo min hoort het in handen van bankiers die het exploiteren voor eigen gewin. Geld is het primaire machtsmiddel in de samenleving. Het behoort tot de constitutie van die samenleving. Als zodanig dient het te worden bewaakt en geregeld. Dat is het uitgangspunt voor monetaire hervorming.

Hoe dan?

Het verhaal begint bij jouw en mijn bankrekening. Het simpele plan is onze bankrekeningen in een klap over te hevelen van de private banken naar de centrale bank, zodat wij we weer eigenaar worden van ons eigen geld. Vóór de overheveling stond het geld van rekeninghouders op de balans van de bank. De bank kon ermee doen wat hij wilde. Door de overheveling komt de totale geldhoeveelheid bij de staat terecht.

Vervolgens mogen banken alleen nog handelen met geld dat zij daadwerkelijk in kas hebben. (terwijl ze nu dankzij een boekhoudtruc met miljarden aan giraal geld, zeg maar nep-geld, handeldrijven). Zij administreren daarna uitsluitend nog onze rekeningen, dat is alles. Door deze giga overheveling is ons land in een klap van de gehele staatsschuld (476 miljard) verlost en hoeft de belastingbetaler ook geen belastingen meer te betalen om de rente (8 miljard per jaar) over deze astronomische schuld te voldoen.

Vanaf dat moment kan er uitsluitend nog met echt geld gehandeld worden. De overheid beheert het geld in plaats van de banken. Die proberen nog uitsluitend met geld dat zij werkelijk in kas hebben winst te maken. Op deze manier zijn zij hun grip op onze overheid in een klap kwijt en ligt de macht over de economie weer bij de overheid, gecontroleerd door ons als burger. Het lont halen we uit het kruitvat, de banken kunnen zoals nu wel het geval is geen geld meer creëren. Die taak ligt voortaan bij de overheid. Dat betekent het einde van het zogenaamde fractioneel bankieren (waarbij de banken een heel klein percentage aan geld in kas hoeven te hebben tegenover de miljarden die zij hebben uitstaan) en het begin van het full-reserve bankieren (tegenover iedere door de bank verhandelde euro staat een echte euro in kas).

Nadat ons geld bij de Centrale Bank (De Nederlandsche Bank, maar dan met openheid van zaken en zonder geheimhoudingsrecht) is ondergebracht worden wij aandeelhouder van ons land. Daarnaast verliest de bank zijn macht over ons financiële systeem en kan gewoon failliet gaan zoals iedere andere onderneming zonder dat dit consequenties heeft voor de samenleving. Omdat al het geld in dit systeem wordt aangehouden bij de centrale bank. Er is dus geen sprake meer van ‘to big to fail’. Staatssteun voor een bank in moeilijkheden behoort dan ook definitief tot het verleden. Indien de bank failliet gaat lopen wij als rekeninghouder geen risico meer dat wij ons geld verliezen, omdat het nu immers bij de centrale bank is ondergebracht.

Tien arbeidsmarkt-sprookjes; Waar blijft dat basisinkomen?

arbeidsmarktsprookjes

arbeidsmarktsprookjesMet 120.000 vacatures en ruim 600.000 werklozen is iedereen in Nederland moet aan de slag’ een loze kreet. Zojuist verscheen het boek Waar blijft die baan?: tien sprookjes over de arbeidsmarkt van Renzo Verwer. Over de sprookjes en de werkelijkheid. Hieronder een fragment uit het slothoofdstuk:

 (…)

Arbeidsmarktdeskundigen houden vast aan de vervangingsprognoses die doen alsof elke gepensioneerde vervangen wordt door een nieuwe Nederlandse professional. Het is de logica van gisteren; zelfs een totaal economisch herstel betekent niet vanzelf herstel van de werkgelegenheid. We willen nu eenmaal goedkoop produceren.Volhouden dat de arbeidsmarkt (met te veel aanbod, te weinig vraag) bij groei zich automatisch herstelt is hetzelfde als zeggen dat de markt van postzegels en munten zich automatisch herstelt.Terwijl er nu simpelweg meer postzegels en munten en minder verzamelaars/kopers zijn.

Conclusies

  1. We moeten beseffen dat onze economie is uitgegroeid, al heel lang eigenlijk. De koek wordt kleiner.We moeten die herverdelen, wellicht via een basisinkomen.
  2. We moeten ongemakkelijke waarheden onder ogen zien. Dat er geen fulltime baan voor iedereen is, dat niet iedereen hoogopgeleid kan zijn, dat arbeidsmigra- tie grote nadelen kent, dat re-integratie op de huidige manier amper werkt. Of we moeten bezuinigen of niet bezuinigen, of tewerkstelling goed is of fout, ik weet het ook niet. Ik heb die waarheden niet in pacht.
  3. Het idee van werk voor iedereen blijkt onhaalbaar, zelfs in tijden van hoge economische groei.We kunnen inzien dat het mooi is dat we zo efficiënt zijn dat niet iedereen betaald hoeft te werken.Vinden we die situatie niet mooi, dan moeten we stoppen met huichelen. Dan moeten we stoppen met automatiseren als de genoemde reden daarvoor is ‘dat machines en robots noodzakelijk zijn omdat we mensen tekort komen’.Want dát is een leugen. Er zullen mensen werkloos blijven. De definitief onvrijwillig werkloze, ik voorzie een nieuwe term en een serie artikelen in de media.
  4. De middenklasse wordt al kleiner, zo erkende ook het CPB in 2014.Veel mensen vallen terug in inkomen en functie, maar het bijpassende woord ‘neerwaartse mobi- liteit’ (in tegenstelling tot opwaartse) wordt angstvallig vermeden. Er zal een grotere structurele werkloosheid komen, ruim boven de grofweg 300.000 die we de laatste twintig jaar hadden. Oxford-studies van de laatste jaren spreken over een structurele werkloosheid tot 2030 van 7 procent van de beroepsbevolking (voor Nederland zou dat zo’n 600.000 werklozen betekenen). Het aantal langdurige werklozen (langer dan 2 jaar) is in Nederland tussen 2002 en 2013 van bijna 70.000 naar 235.000 gegaan.Wie eenmaal lang aan de kant staat, blijft daar meestal.
  5. Als we doorgaan zoals het nu gaat, zal de samenleving ingrijpend veranderen. Nabij is een alles-of-niets-maatschappij: een aantal mensen gaat het behoorlijk goed tot zeer goed, de rest zit rond minimumloon of lager en moet het doen met de hoop verder te komen. Een hoop die de boven ons gestelden altijd aan zullen wakkeren. Met positieve berichtjes als:‘0,1 procent groei’, ‘minder faillissementen in mei ten opzichte van vorige jaren’ en:‘een kleinere krimp’,‘werkloosheid neemt met 10.000 af’,‘supermarkten meldden meer bestedingen’, ‘minder werkloosheidsstijging dan verwacht: economisch herstel’ en natuurlijk:‘inkomen neemt af, export neemt toe’. Het is staatspropaganda: privé merken we er niets van.
  6. De geestelijke gezondheidszorg zal het nog drukker krijgen.Werkloosheid, flexibel werken en armoede zijn immers een enorme veroorzaker van psychische stress. Nu al melden GGZ-instellingen dat veel patiënten hiermee kampen.
  7. Er zullen grotere klassenverschillen komen.Armoede en voedselbanken zullen in elke stad, elke wijk vanzelfsprekend zijn. Niet iedereen zal op vakantie kunnen, een auto kunnen rijden, zijn kinderen naar goede scholen kunnen doen. Het is een taboe, maar je plek kennen is nog niet zo slecht. Ik ben geen voorstander van honger, maar wel van verschillen.We hoeven niet allemaal een diploma, we zijn niet allemaal slim, we moeten dus ook niet streven naar gelijkheid. Jarenlang was het streven dat zoveel mogelijk mensen hoogopgeleid moesten zijn. Nu de studiebeurs wordt afgeschaft en plaatsmaakt voor een leenstelsel wordt die doelstelling officieel losgelaten. Dat is prima, want meer mensen hoog opleiden is geen oplossing voor werkloosheid en andere problemen.Veel banen zijn bezigheidstherapie. Het doel van werk moet zijn: echte waarde creëren.We hebben handen aan het bed nodig, schoonmakers, technici, goede onderwijzers. Alles waar op de laatste decennia bezuinigd is en wat matig betaald wordt. Meer kantoorpersoneel, meer managers zijn niet nodig.

Zal dit allemaal gebeuren?

De belangen van werkgevers én werknemers zijn te groot, verandering zal tergend langzaam gaan en mogelijk te laat komen. Economie en maatschappij gaan totaal niet om mensen, maar om wat Pim Fortuyn ‘de dans om het gouden kalf, de afgoderij van het getal’ noemde. De gevestigde politieke partijen zijn druk met hun rekenmodelletjes tot ver achter de komma. Helemaal aan het einde van de agenda staat de terugkeer van de menselijke maat in leefgemeenschappen, onderwijs en gezondheidszorg die Fortuyn zo hartstochtelijk bepleitte.

(…)

Auteur: Renzo Verwer : http://waarblijftdiebaan.wordpress.com

Fragment uit: Waar blijft die baan: tien sprookjes over de arbeidsmarkt  http://vrijheidmaaktarbeid.nl/blog/tien-sprookjes-de-arbeidsmarkt/

Boekinformatie:  Auteur Renzo Verwer. Uitgeverij Tiem, 2014,  ISBN/EAN: 9789079272549

onder andere verkrijgbaar bij http://www.blz.nl/artikel/renzo-verwer/waar-blijft-die-baan/9789079272549

 

Het bericht Tien arbeidsmarkt-sprookjes; Waar blijft dat basisinkomen? verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Tien sprookjes over de arbeidsmarkt

Sprookje 1 Als je geen baan hebt, ben je niet flexibel genoeg

Een leven lang leren, omscholen, talenten ontplooien, betekent voor het gros van de mensen: met zo weinig mogelijk rechten een tijdje ingehuurd worden tegen een zo laag mogelijke prijs

Sprookje 2: Als je op de juiste manier solliciteert, dan krijg je die baan heus wel

Je moet netwerken. Als de vacature officieel wordt ben je al te laat. Continu netwerken maakt het leven van jou en de mensen om je heen tot een hel.

Sprookje 3: je bent het slachtoffer van discriminatie en dat is slecht

Werkgevers kunnen geen enkele sollicitant volledig leren kennen. Dus selecteren ze op basis van al dan niet vermeende groepskenmerken. Ze discrimineren.

Sprookje 4: Iedereen moet aan de slag

De laatste eeuwen heeft de mens steeds ernaar gestreefd arbeid en arbeiders overbodig te maken. We produceren meer voedsel met véél minder mensen. We zijn ruimschoots geslaagd in onze doelstelling en toch zijn we ontevreden over het resultaat.

Sprookje 5 : werkloos zijn is goed voor je zelfontplooiing

Werkloosheid is schaamtevol. Bekend zijn de verhalen over mannen die hun gezin niets vertellen over hun ontslag en doen alsof ze naar hun werk gaan. In de roman Tirza (2006) van Arnon Grunberg zien we een schrijnend voorbeeld. De ontslagen Jörgen Hofmeester doet elke ochtend alsof hij naar zijn werk gaat. Hij brengt echter zijn dagen door op Schiphol en zwaait daar naar vertrekkende en binnenkomende mensen.

Sprookje 6: Iedereen moet aan de slag

Wie zijn arbeid ruilt voor geld, verkoopt zichzelf en plaatst zich in de rang der slaven’, zo stelde de Romeinse redenaar Marcus Tullius Cicero (106 – 43 voor C.). En de Griekse filosoof Aristoteles (384 – 322 v. C.) vond arbeid iets voor de lagere klasse. Wie werkte, gold als een tweederangsburger.

Sprookje 7: Hou vol: er komen e-nor-me tekorten op de arbeidsmarkt

Gedurende de twintigste eeuw blijkt het simpelweg steeds minder noodzakelijk het grootste deel van de bevolking in te zetten voor onze eerste levensbehoeften. Dat zou economen kunnen aanspreken. De arbeidsproductiviteit in de westerse wereld is in 2000 tien keer zo hoog als 100 jaar eerder.

Sprookje 8: de vrije markt en het nieuwe flexibele werken gaan ons redden

In de markteconomie zijn we geen mens, maar producent of consument. Het idee is dat we ons moeten gedragen als individuen die zoveel mogelijk het eigenbelang nastreven. Dat zou het beste zijn voor ons allemaal. De invisible hand van de efficiënte markt doet dan zijn werk.

Sprookje 9: meer scholing en re-integratie helpen ook jou aan een baan

Nederlanders zijn overal ter wereld gewild, zo vertellen media en het UWV. De laatste houdt emigratiebeurzen voor werklozen. Ik heb mijn twijfels: zijn Nederlanders echt beter? Of is dit een ingestoken verhaal door het UWV? Dat heeft namelijk belang bij zoveel mogelijk uitstroom.

Sprookje 10: Technologische vooruitgang zorgt altijd voor nieuwe banen

De economie moet wel dynamisch genoeg zijn om vlot nieuwe banen te creëren. Als dat niet gebeurt, is er wel sprake van werkloosheid door mechanisering.